Checklist van:

Verpleging – Kind

Met wie Waarover Wanneer / frequentie Resultaat
Door jou en je partner Met jezelf Wat doe je met je emoties en wat merkt je kind hiervan? Doorlopend Je hebt jezelf in de hand en dat geeft je kind een veilig gevoel.
Je kind, vaste verpleegkundige Slapen, slaapproblemen Indien relevant en naar behoefte (Minder) slaapproblemen, een uitgerust kind is minder gestresst en geneest sneller.
Arts Behandelschema Wekelijks Inzicht en overzicht welke behandeling wanneer en wanneer niets.Als kind zich lid van het team voelt, zal het makkelijker meewerken en de behandeling meer accepteren.
Je kind, pedagogisch medewerker, maatschappelijk werk. Vaste verpleegkundige of arts. Ziekte en behandeling Dagelijks Jij maar ook je kind is op de hoogte hoe hij of zij er voor staat, wat er aan zit te komen en ook wanneer er geen behandelingen zijn. Inzicht geef rust.
Je kind Algemene zakenLife goes on, betrek het kind ook bij wat er buiten het ziekenhuis gebeurt. In het gezin, op school, de sportclub Dagelijks Een betrokken kind, blijft zich onderdeel van het gezin voelen. In geïnformeerd en voorkomt gevoelens van eenzaamheid. Is hierdoor meer ontspannen.

Jij kent als ouder je kind het beste van iedereen op de hele wereld!

In dit hoofdstuk gaan we dieper in op wat je als ouder kan doen voor je kind, en wat je kind kan vragen.

‘Samen gaan we ons uiterste best doen om jou weer beter te maken’

Teamwork van jou, je kind en de kinderarts.
Door samen een team te zijn, kan je je kind het gevoel geven dat het ook meer grip heeft op zijn ziekenhuis periode.
Met ook de kinderarts als gelijkwaardig lid, zal je kind makkelijker meewerken en de behandeling meer accepteren.
Besef dat je als ouder zelf ook vanuit deze mindset het fijnste werkt.
Jij geeft daarin als ouder ook het voorbeeld aan je kind, jullie hebben een gezamenlijk doel.
Welke emotie het ook heeft, je helpt je kind door eerlijk uit te leggen wat er gaat gebeuren laat het (eenvoudige) beslissingen zelf nemen, en door afleiding aan te bieden. Op die manier voelt het zich meer verantwoordelijk voor zijn plaats in het team.

Samen onderweg, naar ‘beter worden’, iedereen heeft z’n rol en daarin draagt iedereen bij.
Het geeft rust en controle, en dat voelt je kind.

Massage
Wat altijd helpt is het masseren van je kind, handen of voeten kan bijna altijd.
Het helpt jullie beide te ontspannen en geeft een rust moment in alle hectiek. Jonge kinderen genieten van aanraking, oudere kinderen ook, het helpt ook andere gesprekjes komen op gang te laten komen tijdens een massage, over hoe je kind zich bijvoorbeeld voelt of wat jullie samen bezig houdt.

Samen delen lucht op en versterkt jullie band.

Naast het hebben van letterlijk contact, heeft het geven een rustgevende uitwerking op jou als ouder.
Je ziet het in oude culturen, aanraking door middel van massage speelt daar een veel grotere rol.

Tip
Kies een massage olie waarvan je weet dat jullie beiden het lekker vinden ruiken. De geuren sinaasappel en mandarijn hebben allebei een opbeurende werking, lavendel en pepermunt werken meer ontspannend.

Samen praten
Praten houdt natuurlijk niet op bij de diagnose, de hele behandeling door blijf je met je kind communiceren.
Je zult merken dat je kind snel ‘volwassener’ wordt en steeds vaker met vragen komt.
Als je vanaf het begin open en eerlijk tegen je kind bent, komt het makkelijker met vragen en zal het zijn gevoelens ook beter kunnen uiten.
De stemming van je kind kan wisselen, soms door de medicijnen.
Je kind kan moeilijke momenten hebben van verdriet, boosheid of frustratie. Laat merken dat je er altijd voor hem bent, ook op die momenten, en dat het met al zijn vragen bij je terecht kan. Je kind voelt zich dan gesteund en dat heeft het hard nodig.

Goed om te weten
Elk kind gaat er anders mee om.
Wees altijd open en eerlijk en leg uit wat er gaat gebeuren, je helpt je kind meer grip op de situatie te krijgen.
Houd rekening met de leeftijd, de ontwikkeling en het karakter van je kind.
Maak duidelijk dat je kind altijd bij je terecht kan met zijn vragen en verdriet.
Help je kind om alles beter te begrijpen. Je voorkomt hiermee dat je kind zich van alles in zijn hoofd haalt en (nog) angstiger wordt.
Praten is goed, maar je kunt je kind niet dwingen.
Vraag je kind gerust of het ergens mee zit.
Praten gebeurt niet altijd met (veel) woorden.
Stimuleer je kind zich te uiten door middel van spel, rollenspel, tekenen, schrijven of muziek.
Respecteer het als je kind liever met iemand anders praat.
Geef je kind ruimte om zich te uiten, het mag huilen, verdrietig en boos zijn, een sticker of iets anders om naar uit te kijken werkt ook vaak heel goed.
Vraag hem te vertellen wat hij voelt en laat hem zijn angst verdriet en pijn te benoemen, zodat je hem kan troosten of wegnemen van angsten die niet kloppen
Toon gerust je emoties, ook als je kind erbij is.

Het opvoeden gaat door. Geef je kind daarom nooit de vrije hand. Als je dat doet kan het denken dat het heel slecht met hem gaat. Stel ook nu grenzen.
Laat je kind meebeslissen over eenvoudige dingen.
Je kind heeft net als jij goede en slechte dagen.
Zeg het gewoon als je het antwoord niet weet. Je kind zal het je echt niet kwalijk nemen.
Het behandelend team is er om je vragen en die van je kind te beantwoorden en je te helpen waar nodig. Probeer zoveel mogelijk bij je kind te zijn. Als je weggaat, zeg dan wanneer je weer terug komt.
Beloof nooit iets wat je niet kunt waarmaken.

Welke vragen kan een kind stellen?
Het is belangrijk je kind goed voor te blijven bereiden op onderzoeken, ingrepen en behandelingen.
Vertel eerlijk dat een behandeling vervelend kan zijn of pijn zal doen. Gebruik begrijpelijke taal en houd rekening met de leeftijd, de ontwikkeling en het karakter van je kind. Kinderen zijn nieuwsgierig en willen zo veel mogelijk weten.
Dat geldt ook voor een ziek kind. Van jou verwacht het antwoord op al zijn vragen.
Het ene kind komt daar eerder mee dan het andere, maar vragen komen er, vroeg of laat. Wat voor vragen kun je zoal verwachten?

Hoe komt het dat ik ziek ben?
Daarop is geen (eenvoudig) antwoord te geven want over de oorzaken van ziekten bij kinderen is nog weinig bekend.
Het is in elk geval niemands schuld. Je kind is ook niet door iemand aangestoken, want ziek zijn is niet besmettelijk elk geval niemands schuld.
Je kind is ook niet door iemand aangestoken, want ziek zijn is niet besmettelijk.

Word ik weer beter?
Heeft je kind van dichtbij meegemaakt dat iemand die ziek was is overleden, dan durft het deze vraag misschien niet te stellen.
Vertel je kind dat het erg ziek is en dat de medicijnen, de bestraling of de operatie nodig zijn om hem beter te maken.
Iedereen doet zijn uiterste best om hem beter te maken.
Ga een gesprek over de dood niet uit de weg. Vooral niet bij een levensbedreigende ziekte.
Als je op dit moment de deur voor een gesprek over de dood sluit, is het later, als het nodig mocht zijn, moeilijk nog een opening te vinden om te praten. Vind je dit moeilijk, vraag dan aan de pedagogisch medewerker of ze je kan helpen.

Wat gaat er gebeuren?
Leg je kind duidelijk uit welke behandeling het krijgt, of er bijwerkingen kunnen zijn en wat daaraan valt te doen.
Kinderen vinden het prettig om het behandelingsschema te hebben en op de hoogte te zijn van eventuele wijzigingen.
Maak voor je kind een overzicht, dan kun je (samen) een kalender bijhouden met de datums van bijvoorbeeld bezoek.
Vergeet niet de ‘vrije dagen’ erop te zetten, dan heeft je kind iets om naar uit te kijken, plan dan iets extra leuks.
Bereid je kind telkens eerlijk voor.

Voor professionele steun kun je terecht bij je huisarts of het maatschappelijk werk. (Bij het onderwerp Artsen en verpleegkundigen kan je vinden wat het Maatschappelijk werk voor je kan betekenen.

Meer details, per leeftijdscategorie van het kind.
Waarmee moet ik rekening houden?
Wat je vertelt, hangt af van de leeftijd, de emotionele ontwikkeling en het karakter van je kind.
Met een kind van drie bijvoorbeeld praat je anders dan met een kind van dertien.
Houd ook rekening met het ontwikkeling niveau van je kind. In de loop van de behandeling zal je merken dat je kind zich geestelijk sneller ontwikkelt dan leeftijdgenoten.

Van baby tot 2 jaar
Heel jonge kinderen beseffen niet wat het inhoudt om ernstig ziek te zijn.

Wanneer een kind ongeveer anderhalfjaar oud is, gaat het de dingen om zich heen in de gaten houden en vraagt het zich af hoe iets voelt.

Wanneer een kind ongeveer anderhalf jaar oud is, begint het na te denken over wat er om hem heen gebeurt. Het is bang voor onderzoeken en begint te huilen of gaat ervandoor als er geprikt gaat worden of een röntgenfoto wordt gemaakt. Geef informatie over morgen of vandaag summier weer.

Wees eerlijk
Ook tegen een jong kind moet je open en eerlijk zijn. Zeg nooit: ‘Je hoeft niet naar de dokter’
Als het toch zo is. Of ‘Dat prikje doet geen pijn’. Zeg liever ‘Je krijgt een prik en dat doet eventjes pijn. Je mag gerust huilen’. Zo laat je merken dat je met je kind meeleeft. Als je eerlijk en open bent, kan je kind je vertrouwen. Geef je kind een beetje controle over de situatie door het te laten kiezen. Bijvoorbeeld ‘Wil je je pillen innemen met appelmoes, vla of limonade?’ of: ‘In welke vinger mag de zuster je prikken?

Van 2 tot 7 jaar
Kinderen vanaf twee jaar begrijpen al beter wat ziek zijn betekent. Het is belangrijk hen ervan te doordringen dat niemand schuld heeft aan hun ziek-zijn, ook zij niet. Ze zijn niet ziek en krijgen geen nare behandeling omdat ze een vaas hebben gebroken of hun broertje hebben gestompt.
Deze kinderen hebben behoefte aan duidelijke uitleg over en goede voorbereiding op onderzoeken, ingrepen en behandelingen.

Van 7 tot 12 jaar
Op deze leeftijd gaan kinderen verbanden leggen tussen verschillende gebeurtenissen. Je kunt hen wat uitgebreider vertellen wat er speelt. Vergelijkingen spreken tot hun verbeelding.
Zij zien ziekte als een reeks symptomen en niet meer als het gevolg van één gebeurtenis. Zij begrijpen dat ze beter kunnen worden door hun medicijnen in te nemen en te doen wat de dokter zegt.

12 jaar en ouder
Kinderen in de middelbare school leeftijd leren complexe verbanden te doorzien en kunnen nadenken over dingen die zij niet zelf hebben meegemaakt. Jongeren beschrijven hun ziekte nog wel vaak aan de hand van symptomen als moeheid, niet alles kunnen doen, maar begrijpen wel waardoor ze die klachten hebben.

Jonge Kinderen – slapen
Oorzaken slecht slapen: slecht (in)slapen kan komen door spanningen, pijn of vermoeidheid.
Is je kind nog jong dan kan het terugvallen in ontwikkeling en weer last krijgen van scheidingsangst.
Daardoor is het bang om alleen te gaan slapen. Is je kind ouder, dan slaapt het mogelijk moeilijker omdat het zich zorgen maakt.

Een dagelijks ritueel zoals de volgende kan helpen:
Wat waren de 3 leukste momenten van de dag?, en welke 3 het stomste? De antwoorden die je kind geeft, helpt je kind zich te uiten, en geeft jou als ouder dagelijks inzicht in de ervarings- en denkwereld van je kind.

Slaapregels
Goed slapen is belangrijk voor het herstel maar ook om alle indrukken te verwerken. De slaapbehoefte neemt elk jaar met een kwartier af. Kinderen van vier jaar slapen ongeveer elf uur, kinderen van twaalf jaar zo’n negen uur.
Spreek met je kind duidelijke bedtijden af.
Zorg dat je kind rustig en ontspannen is voor het naar bed gaat.
Vaste rituelen helpen, bijvoorbeeld (voor)lezen, of samen de dag doornemen.
Is je kind erg gespannen, dan kun je samen een ontspanningsoefening doen of masseren

Omgaan met bedplassen
Plast je kind weer in bed, maak het dan ‘s avonds en ‘s nachts een paar keer wakker om te plassen. Beloon je kind als het droog gebleven is met bijvoorbeeld een sticker en straf het niet.