Checklist van: Verpleging Ziekenhuis – Kind Met wie Waarover Wanneer / frequentie Resultaat
Door jou en je partner Met jezelf Wat doe je met je emoties en wat merkt je kind hiervan? Doorlopend Je hebt jezelf zoveel mogelijk in de hand en dat geeft je kind een veilig gevoel.
Vaste verpleegkundige of arts.

(Maatschappelijk Werk)

Behandeling Dagelijks Jij, maar ook je kind is op de hoogte hoe hij of zij er voor staat, wat er aan zit te komt deze dag.

Ook op de IC geldt: ‘Beter worden is teamwork’

‘Samen gaan we ons uiterste best doen om jou weer beter te maken’
Als je kind voor de eerste keer op de IC ligt, is het ernstig ziek of gewond. Ligt je kind er zonder ‘voortraject’, komt er extra veel op je af.
Als ouder ken je kind door en door. Ook als het aan de beademing ligt, jij kent de lichaamstaal van je kind. Dit is nu zijn of haar manier van communiceren, en jij bent als ouder de vertaler van deze informatie en communicatie.

Teamwork van jou, je kind en de behandelend arts
Als ouder van een ernstig ziek kind wordt je geconfronteerd met allerlei apparaten, medische termen, behandelplannen en bijbehorende medicatie. Ouders worden in no time allrounder, en dat is goed. Je bent als ouder ook de bewaker van je kind of behandelplannen en het geven van de afgesproken medicatie nageleefd wordt. Wordt je kind in slaap gehouden, maak dan duidelijke afspraken, dat je erbij bent wanneer je kind weer wakker gemaakt wordt. Hetzelfde geldt voor afkoppeling van apparatuur, voor jezelf en je verwerking nadien, is het beter om daarbij te zijn.

Nu je kind in alles afhankelijk is van zorgvuldigheid, is het goed dat je als ouder goed in je ‘team’rol zit.
Samen onderweg, naar het gezamenlijke doel ‘beter worden’, iedereen heeft z’n rol en daarin draagt iedereen bij.
Het geeft jou een gevoel van overzicht en controle, en dat voelt je kind en heeft dat nodig.

Wat kan je voor je kind doen op de IC?

  • Neem de voor jouw kind vertrouwde knuffels mee en plaats ze zo dat je kind ze kan zien.
  • Masseren van je kind, handen of voeten kan bijna altijd. Let wel extra goed op de lichaamstaal van je kind als je het geeft, of het als prettig wordt ervaren.
  • Het helpt jullie beide te ontspannen en geeft een rust moment in alle hectiek. Jonge kinderen genieten van aanraking, oudere kinderen ook, ze nemen je aanwezigheid waar. Er komen ook andere gesprekjes op gang (als dat mogelijk is), tijdens een massage, over hoe je kind zich voelt.
  • Naast het hebben van letterlijk contact en aanwezigheid, heeft het geven van een zachte massage een rustgevende uitwerking op jou als ouder, en op je kind.
  • Kies een massage olie die past bij het moment, en waarvan je weet dat jullie beiden het lekker vinden ruiken, en/of, die je kind herkent van thuis.
  • (de geuren sinaasappel en mandarijn hebben allebei een opbeurende werking, lavendel en pepermunt werkt meer ontspannend).
  • Lees voor
  • Kies een boek wat jouw kind aanspreekt. Het voorlezen kalmeert je kind, het horen van jouw stem, naast luisteren naar het verhaal is het een goede manier om samen tijd door te brengen met je kind, ook als het in slaap wordt gehouden.
  • Kinderliedjes of muziek
  • Op de IC is het toegestaan om zachtjes muziek af te spelen ter afleiding.

Goed om te weten (voor zover van toepassing)

  • Wees altijd open en eerlijk en leg uit wat er gaat gebeuren, je helpt je kind meer grip op de situatie te krijgen.
  • Houd rekening met de leeftijd, de ontwikkeling en het karakter van je kind.
  • Maak duidelijk dat je kind altijd bij je terecht kan met zijn vragen en verdriet.
  • Help je kind om alles beter te begrijpen. Je voorkomt hiermee dat je kind zich van alles in zijn hoofd haalt en (nog) angstiger wordt.
  • Vraag je kind gerust of het ergens mee zit.
  • Praten gebeurt niet altijd met (veel) woorden.
  • Toon gerust je emoties, ook als je kind erbij is.
  • Zeg het gewoon als je het antwoord niet weet. Je kind zal het je echt niet kwalijk nemen.
  • Het behandelend team is er om je vragen en die van je kind te beantwoorden en je te helpen waar nodig.
  • Probeer zoveel mogelijk bij je kind te zijn. Als je weggaat, zeg dan wanneer je weer terug komt.
  • Beloof nooit iets wat je niet kunt waarmaken.

Samen praten (als dat mogelijk is)
Je zult merken dat je kind snel ‘volwassener’ wordt en steeds vaker met vragen komt.
Als je vanaf het begin open en eerlijk tegen je kind bent, komt het makkelijker met vragen en zal het zijn gevoelens ook beter kunnen uiten.
Je kind kan moeilijke momenten hebben van verdriet, boosheid of frustratie. Laat merken dat je er altijd voor hem bent, ook op die momenten, en dat het met al zijn vragen bij je terecht kan. Je kind voelt zich dan gesteund en dat heeft het hard nodig.

Welke vragen kan een kind stellen?
Het is belangrijk je kind goed voor te blijven bereiden op onderzoeken, ingrepen en behandelingen.
Vertel eerlijk dat een behandeling vervelend kan zijn of pijn zal doen. Gebruik begrijpelijke taal en houd rekening met de leeftijd, de ontwikkeling en het karakter van je kind. Kinderen zijn nieuwsgierig en willen zo veel mogelijk weten.
Dat geldt ook voor een ziek kind. Van jou verwacht het antwoord op al zijn vragen.
Het ene kind komt daar eerder mee dan het andere, maar vragen komen er, vroeg of laat. Wat voor vragen kun je zoal verwachten?

Hoe komt het dat ik ziek ben?
Daarop is geen (eenvoudig) antwoord te geven want over de oorzaken van ziekten bij kinderen is nog weinig bekend.
Het is in elk geval niemands schuld. Je kind is ook niet door iemand aangestoken, want ziek zijn is niet besmettelijk. Het is elk geval niemands schuld.
Je kind is ook niet door iemand aangestoken, want ziek zijn is niet besmettelijk.

Word ik weer beter?
Heeft je kind van dichtbij meegemaakt dat iemand die ziek was is overleden, dan durft het deze vraag misschien niet te stellen.
Vertel je kind dat het erg ziek is en dat de medicijnen, de behandeling of de operatie nodig zijn om hem beter te maken.
Ga een gesprek over de dood niet uit de weg. Vooral niet bij een levensbedreigende ziekte, of ongeval.
Als je op dit moment de deur voor een gesprek over de dood sluit, is het later, als het nodig mocht zijn, moeilijk nog een opening te vinden om te praten. Vind je dit moeilijk, vraag dan aan de pedagogisch medewerker of ze je kan helpen.

Wat gaat er gebeuren?
Leg je kind duidelijk uit welke behandeling het krijgt, wat de bijwerkingen kunnen zijn en wat daaraan valt te doen.
Sommige kinderen vinden het prettig om het behandelingsschema te hebben en op de hoogte te zijn van eventuele wijzigingen.
Maak voor je kind een overzicht, dan kun je (samen) een kalender bijhouden met de data van bezoek, maar ook wanneer infusen, bloedonderzoek, behandelingen enz.
Bereid je kind telkens eerlijk voor.
Voor professionele steun kun je terecht bij je het Medisch Maatschappelijk Werk.

Belevingswereld, per leeftijdscategorie van een kind.
Wat je vertelt, hangt af van de leeftijd, de emotionele ontwikkeling en het karakter van je kind.
Met een kind van drie bijvoorbeeld praat je anders dan met een kind van dertien.
Houd ook rekening met het ontwikkeling niveau van je kind. In de loop van de behandeling zal je merken dat je kind zich geestelijk sneller ontwikkelt dan leeftijdgenoten.

Van baby tot 2 jaar
Heel jonge kinderen beseffen niet wat het inhoudt om ernstig ziek te zijn.
Wanneer een kind ongeveer een jaar oud is, gaat het de dingen om zich heen in de gaten houden en vraagt het zich af hoe iets voelt.
Wanneer een kind ongeveer anderhalf jaar oud is, begint het na te denken over wat er om hem heen gebeurt. Het is bang voor onderzoeken en begint te huilen wil ervandoor gaan als er geprikt gaat worden of een röntgenfoto wordt gemaakt.
Wanneer een kind ongeveer anderhalf jaar oud is, begint het na te denken over wat er om hem heen gebeurt. Geef informatie over vandaag summier weer.

Wees eerlijk
Ook tegen een jong kind moet je open en eerlijk zijn.
Als het toch zo is. Of ‘Dat prikje doet geen pijn’. Zeg liever ‘Je krijgt een prik en dat doet eventjes pijn. Je mag gerust huilen’. Zo laat je merken dat je met je kind meeleeft. Als je eerlijk en open bent, kan je kind je vertrouwen.

Van 2 tot 7 jaar
Kinderen vanaf twee jaar begrijpen al beter wat ziek zijn betekent. Het is belangrijk hen ervan te doordringen dat niemand schuld heeft aan hun ziek-zijn, ook zij niet. Ze zijn niet ziek en krijgen geen nare behandeling omdat ze een vaas hebben gebroken of hun broertje hebben gestompt.

Deze kinderen hebben behoefte aan duidelijke uitleg over en goede voorbereiding op onderzoeken, ingrepen en behandelingen.

Van 7 tot 12 jaar
Op deze leeftijd gaan kinderen verbanden leggen tussen verschillende gebeurtenissen. Je kunt hen wat uitgebreider vertellen wat er speelt. Vergelijkingen spreken tot hun verbeelding.

Zij zien ziekte als een reeks symptomen en niet meer als het gevolg van één gebeurtenis. Zij begrijpen dat ze beter kunnen worden door hun medicijnen in te nemen en te doen wat de dokter zegt. Je kunt hun wat uitgebreider vertellen wat er speelt. Vergelijkingen spreken tot hun verbeelding

12 jaar en ouder
Kinderen in de middelbare school leeftijd leren complexe verbanden te doorzien en kunnen nadenken over dingen die zij niet zelf hebben meegemaakt. Jongeren beschrijven hun ziekte nog wel vaak aan de hand van symptomen als moeheid, niet alles kunnen doen, maar begrijpen wel waardoor ze die klachten hebben.